Gastvrijheid

8 juni 2008 - Ulaanbaatar, Mongolië

‘s Avonds daalt de temperatuur in Mongolie. Het maakt ons niets uit. Bij een vuur in de buitenlucht drinken we een wijntje, in de tent brandt de kachel. Een uurtje voordat we gaan slapen, steken de vrouwen het vuur aan in onze tent en een uur voordat we opstaan brandt het vuur weer. De vlammen dansen op het tentdoek.

De kachel is het middelpunt van de gertent, een ronde witte vilten tent. Thuis van ruim 1,5 miljoen Mongolen. Overal ziet de tent er hetzelfde uit. Binnen een houten oranje framewerk met kleurige bloemen, een paar krukjes, links en rechts een bed.

We worden wakker met de ene dag een uitzicht op het klooster van Erdene Zuu, het oudste klooster van Mongolie in Khara-khorin, de oude hoofdstad van het land, de andere dag zien we hoge bergen en een groep jaks voor onze deur. Of een kudde schapen die tegen onze deur aanschuren. Onderweg laat een geitenhoeder vol trots zijn kudde zien. Driehonderd schrijft hij in het zand. Ze scharrelen om hem heen.

Een avond slapen we bij een nomadenfamilie van papa Miska. Gastvrijheid is een gemeengoed in Mongolie. Nog geen drie miljoen inwoners, waarvan 1,3 geconcentreerd in de hoofdstad Ulaan Bataar, in een land 35 groter dan Nederland. De overige Mongolen wonen verspreidt over het land en zijn op elkaar aangewezen voor hulp. Dus wij stoppen onderweg om een lege benzinetank te vullen met vijf liter van onze bezine, net genoeg om tot het volgende dorp te komen. We nemen twee lifters mee die zijn gestrand met pech. Wij hebben een lekke band en de aandrijfas van de achterwielen breekt af. In Mongolie ben je chauffeur en automonteur in een, want een garage is altij ver weg. Na twee dagen hebben we eindelijk een aandrijfas gevonden en het grasveld naast de tent van Miska is een prima werkplaats.

Papa Miska is een reus in vergelijking met mama. De vrouwen zijn druk bezig met het avondeten: schapenvlees dumplings. Ze hebben speciaal voor ons een schaap geslacht; het bezoek krijgt het beste vlees. De een kneed het deegt, de ander maak kleine platte rondjes en twee vullen het deeg. Mama roert ondertussen in een grote pan op de kachel. De keuken is een klein open kast rechts van de ingang. Een bed is vandaag de werkbank. De kachel is het fornuis, pannen wisselen elkaar af op het vuur. De andere twee bedden zijn banken. Het is vol in de tent, maar het is dan ook een keuken, slaapkamer en woonkamer in een. Tussen de banken staat een klein altaar. Aan de wand hangen foto’s van een worstelaar, hun zoon. Hij worstelt op hoog nationaal niveau.

Na de voorbereidingen van het eten is het melktijd. Systematisch melken de vrouwen alle jaks. De kinderen laten de kalfjes drinken bij de moeder. Ondertussen dollen ze met elkaar. Enkele hopen gedroogde jakpoep vliegen door de lucht. Aan de horizon staat een verdwaalde jak. Broer en zus worden er opuitgestuurd. Ze bouwen een bruggetje over het water, vallen er toch in en halen uiteindelijk een kilometer van de tent de jak. Het resultaat zijn emmers vol jakmelk met een paar lange zwarte haren. Ons toetje die avond is een bkaje klonterige yakyohurt, die haar kom ik niet meer tegen.

Na het avondeten voetballen we met de kinderen. De dikke traditionele kleding, meestal een lange jas met een lint om hun middel, wordt omhoog gestroopt. De traditionele laarzen zijn niet handig, ze glijden weg in het modderige gras. Arjan’s team wint met 5-3.

(Mongolie, 5-11 juni 2008)

Foto’s