Trans Siberie Express

29 mei 2008

Een provodnika met glitterende oranje nagellak en een dikke laag make-up controleert onze kaartjes van de Trans Siberie Express. We klimmen in de trein en stappen in een andere wereld. Een wereld van nauwe gangen, blauw met gele gordijntjes, bijpassende vloerbedekking, vier bedden in een ruimte van nauwelijks vier vierkante meter, wc's met stalen brillen en wodka. Een wereld waar tijd niet belangrijk is. Het is er in overvloed. Onze eerste etappe duurt drie dagen, van Moskou naar Siberie.

Wakker worden en beginnen met twee uur thee drinken, of drie. Het hete water is toch gratis. Er staan geen afspraken in de agenda, we hoeven nergens naar toe, we zijn al onderweg. Hooguit is er een stop van 15 minuten. Even de benen strekken en bij de 'bambuska's', de Russische omaatjes, eten kopen. Zakken vol met etenswaar hebben ze bij zich. Ze lachen hun gouden tanden bloot. Voor ons hebben ze een eitje, een zak chips en wat fruit. Een mooie aanvulling op onze noodels.

Tussendoor staren we eindeloos naar buiten. Ramen vol bomen schieten voorbij. Urenlang lezen, ik kan vooruit in mijn boek van Geert Mak: 'In Europa'. Ruim 1200 pagina's dik en veel te zwaar volgens Arjan.

We ontmoeten onze medereizigers: Corrine (Duitsland) is onze enige coupégenoot de eerste 5000 van de 8000 kilometer. Ze reist samen met onze buren: Dave (Nederland) en Karen (Engeland). Rechts slapen Svetlana en Marcus, twee collega's uit Yekaterinenburg.  Ze zijn voor hun staalbedrijf naar een beurs geweest in Moskou. We ontmoeten Marcus in de gang en nodigen hem 's avonds uit voor een biertje in onze coupe. Hij brabbelt wat in het Russisch en verdwijnt. Binnen vijf minuten staat hij voor de deur in een schoon overhemd en een cadeautje; een matruska, het typische Russische stapelbare houten poppetje.

Marcus is pas 28. Hij lijkt ouder door zijn gehavende gezicht voor littekens en de gehoorapparaatjes in zijn oren. Een dronken chauffeur botste tegen de passagierskant van zijn vaders auto. Hij zat toen, op 12-jarige leeftijd na zijn pa. Drie maanden lag hij in het ziekenhuis. Het duurt even voordat we zijn verhaal begrijpen. Ons Russisch beperkt zich tot enkele woorden. Zijn Engels is iets beter, maar het is handen en voetenwerk. Soms praat hij in het Russisch, wij in het Nederlands. Toch begrijpen we elkaar, denken we.

Hij draagt voor uit Poesjkin, de grootste Russische dichter. Wij luisteren.
'Nu jullie?'
Wij blijven stil.
Marcus snapt er niets van. 'Leren jullie dan niets op school?'
'Shakespeare?'
We halen onze schouders op. De Engelse buurvrouw komt niet verder dan 'To be or not to be'.
Marcus vindt het onbegrijpbaar.

We lachen en drinken de rest van de avond. Hij neemt een geel houten klompje mee naar huis. Het krijgt een plaatsje in zijn trots; zijn auto, een Toyota. 'Dit is mijn telefoonnummer. Jullie kunnen me altijd bellen, wanneer er problemen zijn in Rusland dan kom ik naar jullie toe.' Hij meent het. We nemen afscheid, want hij stapt om zes uur 's ochtends van de trein. De provodnika duwt een paar uur later een briefje in mijn handen. In een kriebelig handschrift en gebroken Engels staat er: 'Dear new frinds. Tank you very much.'

De volgende dag klimmen we na een korte stop de trein in. En stel harige billen inclusief een flinke bilnaad blokkeert het gangpad. Onze Engelse buurvrouw en Nederlandse buurman krijgen nieuwe kamergenoten. Dat is overduidelijk. De hoofd van de Rus verschuilt zich onder de bank. Hij worstelt om zijn tas in het opbergvak te krijgen. Wij kijken gefascineerd naar zijn achterwerk, een paar zweetdruppeltjes op zijn onderrug. Hij draait zich om. 'Bling, bling', zeggen zijn hoek- en snijtand. Sergei, aangenaam. De 150 kilo zware Rus is een brandweerman. Samen met de jonge Alexander en Alexander met snor is hij op cursus geweest en zijn op weg naar huis in Krasnoyarsk.

De drie brandweermannen. laat het geen gras overgroeien. De tweeliter-flessen bier (een aperitif) komen op tafel, gedroogde vis, gezout spek en liter-fles wodka. 'Hier, neem ook wat.' De eerste rond slaan we over. De buren beginnen enthousiast aan de wodka. 'Nasdrovje', horen we elke vijf minuten bij de buren. We sluiten aan bij de tweede fles wodka. Een derde, vierde en vijfde fles volgt.

Stilletjes vertrekt de eerste misselijk naar het toilet, Arjan klautert moeizaam in bed. Samen met Karen en Corine houd ik het ook voor gezien. Op een kleffe pakkerd zitten we niet te wachten. Corine en ik doen onze deur op slot. Karen kan moeilijk haar huisgenoten buitensluiten. De jonge Alexander kust haar voeten, de besnorde Alexander probeert haar mee te lokken naar een lege coupe. 'Nee, weltrusten.' Dave slaapt als een blok door de wodka. Zij niet, elk uur geeft Alexander een serenade in de coupe. De volgende ochtend drinken ze nog een biertje voordat ze uit de trein stappen.

Wij boemelen verder, zonder wodka op deze laaste avond, naar Irkusk, de provinciehoofdstad van Siberie.

Trans Siberie Express deel I, 29 mei - 1 juni